Burgmeijers Bakkerij bakken al drie generaties ambachtelijk brood

De broers Ton en Cees blikken terug op een interessante en soms woelige geschiedenis van deze Castricumse bakkersfamilie die met anekdotes en gebeurtenissen een persoonlijk en zeker uniek tijdsbeeld bieden. De eerste 15 jaar waren zeker niet de gemakkelijkste. Na de recessie kwam de oorlog en al gauw werd het magazijn in beslag genomen door de Duitsers om als gaarkeuken te dienen voor de soldaten. In 1943 werd het gebouw echter door de Duitsers afgebroken. De familie Burgmeijer woonde zelf in de Pernéstraat. Cor Burgmeijer kon vervolgens gaan bakken bij collega IJpelaan aan de Breedeweg tot deze ook dicht moest. Vervolgens ging hij met één knecht bakken bij bakker Jan Putter in Uitgeest; vanwaar dagelijks met de transportfiets brood bezorgd werd bij de paar klanten die er nog in Castricum restten. Castricum was tegen het einde van de oorlog voor een groot deel geëvacueerd. Begin ’45 kon hij terecht in een pand aan de van Egmondstraat 7 tegenover het huidige pand dat uiteindelijk in ’49 betrokken kon worden.             

De wederopbouw

CASTRICUM – Tachtig jaar geleden, in 1933, ten tijde van de grote recessie, begon Cor Burgmeijer met een bakkerij aan de Beverwijkerstraatweg op het terrein waar nu Vitesse’22 speelt. Er volgde een aantal verhuizingen van het bakkersbedrijf en de zoons volgden de vader op. Nu, een reeks van gebeurtenissen en twee generaties later, is de derde en jongste generatie in de voetsporen van de eerste bakker Burgmeijer getreden. De jonge Ton Burgmeijer ziet, na een aantal moderniseringen, de toekomst zonnig tegemoet voor de winkels aan de Torenstraat en de Burgemeester Lommenstraat.

Nederland herrees, Nederland bouwde, breidde uit en groeide. De eerste jaren na de oorlog was er nog weinig broodvariatie en tot ’48 waren brood en beschuit zelfs nog op de bon. Je had bruin en wit brood, beschuit en dan nog het grauwe ‘regeringsbrood’. Later kwam er het bekende Tarvo moutbrood, witte kadetjes, krentenbollen en ontbijtkoek. Er werd nog heel veel bezorgd in die jaren; eerst met een handkar of loopbakfiets en daarna ook met twee gewone bakfietsen. Wat later kwamen er Opel bestelwagens en elektrokarren. Vóór 10 uur mocht er echter niet bezorgd worden. De zoons Ton, Co en Cees stapten uiteindelijk alle drie ook in het prachtige bakkersvak. Er was een enorme vraag naar brood en Burgmeijer kon uitbreiden naar winkels op het Kooijplein (waar nu de fietsenmaker zit) en de Torenstraat die brood aangeleverd kregen vanuit de centrale bakkerij aan de Burg. Lommenstraat. Deze moest dan ook in 1970 flink uitgebouwd worden en in dat jaar werd ook het bezorgen stopgezet. Tot dan zorgden de vrouwen voor de winkels en de mannen voor het bakken en bezorgen. In die jaren beschikte Castricum met Bakkum over 18 bakkers. Het grootste deel van hen verdween daarna geleidelijk aan of fuseerde met een andere bakker. Het bakkerswerk was erg arbeidsintensief; er werd ’s nachts gekneed en gebakken en een groot deel van de bereiding was handmatig. Ook de beschuiten werden zelf gebakken waarna de beschuitbol overdwars werd doorgesneden en opnieuw gebakken. De klantenkring bestond voor een groot deel uit forensen die graag hun brood gesneden hadden. Ook dat gebeurde min of meer handmatig en onder bijbetaling. Het meel kwam deels van meelfabrieken en deels van de molen in Wervershoof. Het waren allemaal kleine meelfabrieken waarvan de meesten verdwenen in de loop der jaren zoals De Sleutel in Leiden en twee meelfabriekjes in Alkmaar.Het meel van de molen is intussen herontdekt als de ultieme vorm van puur ambachtelijke en gezond brood. Een deel van het brood wordt nu gebakken van twee soorten granen en geplette tarwe van Molen De Hoop in Friesland van Mulder Pot. Er is de laatste jaren een enorme broodvariatie gekomen en nog steeds lanceert Burgmeijer regelmatig nieuwe broodsoorten al blijven de oudere klanten bij voorkeur bij het traditionele brood. Er is veel veranderd in positieve zin: de arbeidsomstandigheden zijn sterk verbeterd en het hele bakproces is in grote mate gemechaniseerd en geautomatiseerd zodat het meeste voorbereidende werk overdag gedaan kan worden.

Intussen is de derde generatie aangetreden bij Burgmeijer. De zoon van Ton is de Ton Burgmeijer. Net als zijn neven ging hij zaterdag- en vakantiewerk doen in de bakkerij. Gegrepen door het ambachtelijke bakkersvak, besloot hij in 1985 de vakopleiding in Amsterdam te volgen en in ’87 kwam hij fulltime in het bedrijf. De bakker van nu is volgens hem een ambachtelijke specialist met extra kwaliteit. Het is een puur product zonder toevoegingen. Zolang een ambachtelijke bakker iets extra’s te bieden heeft, zal hij overleven, meent hij. Wie kijkt er niet uit naar ambachtelijk gebakken speculaas, banketstaaf en andere Sinterklaaslekkernijen. En daarna de heerlijke kerstkransjes en de kerststol. Maar door het jaar heen is ook de heerlijke verse ontbijtkoek met noten en vruchten niet te versmaden. Ton Burgmeijer ziet de toekomst voor de 80-jarige bakkerij met recht zonnig tegemoet.